Aan de scholierenontmoetingen Rotterdam-Antwerpen heb ik de meest leuke herinneringen. Laat ik bij het begin starten.

 

In de vijftiger jaren van de vorige eeuw was ik een fervente voetballer. Ieder vrij ogenblik werd besteed aan voetballen op straat of op kleine veldjes bij ons (omgeving Beukelsweg) in de buurt. Een oom van mij speelde bij Voorwaarts op de Abraham van Stolkweg en al snel speelde ik daar in de C1 en vervolgens in de B1 als snelle rechtsbuiten.

 

Toen ik dan ook in het vroege voorjaar van 1957 hoorde via mijn gymnastiekleraar op het Libanon Lyceum van de selectiewedstrijden voor de ontmoeting Rotterdam-Antwerpen, die dat jaar in Antwerpen zou plaats vinden, aarzelde ik geen moment en gaf me daarvoor op.

Tot mijn grote teleurstelling viel ik in één van de laatste selectieronden af en dacht hiermee mijn kans op Antwerpen verspeeld te hebben. Een vriend van me, die altijd onder de indruk was van mijn snelheid als rechtsbuiten, maakte me erop attent dat er nog selectiewedstrijden aankwamen voor atletiek en dat ik daar wellicht een kans maakte. Mijn gymnastiekleraar was zo goed in die mening mee te gaan en ik werd alsnog ingeschreven voor de selectiewedstrijden atletiek.

 

De selectiewedstrijden voor deze tak van sport vonden plaats op de sintelbaan Lange Pad. Daar stond ik dan in mijn voetbalkloffie op gewone gymschoenen tussen allemaal jongens en meisjes op spikes die allerlei opwarmcapriolen uithaalden. Om een lang verhaal kort te houden, ik werd bij die selectiewedstrijden 2e op de 60 meter voor jongens-B en mocht mee naar Antwerpen.

 

Dat was een feest. Ik was inderdaad nog zelden in het buitenland geweest. Onze vakanties werden doorgebracht in één van die houten huisjes op een terrein in Hoek van Holland. Ik kreeg mijn ouders zo enthousiast dat ze voor mij een atletiek outfit aanschaften met een paar echte sprintspikes, hetgeen in die tijd een behoorlijke opoffering was. Daar ging dan een lange stoet bussen op weg naar Antwerpen met een gemengd gezelschap van jongens en meisjes, die uit zouden komen in een grote verscheidenheid aan sporten. Dat was één van de leuke zaken bij deze scholierenontmoetingen, je leerde een hoop nieuwe mensen kennen en maakte kennis met een grote verscheidenheid aan andere sporten. Alles was leuk, alles was nieuw, slapen in een soort jeugdherberg met een groot aantal per kamer, eten dat net even anders was dan thuis aan enorme tafels met honderden tegelijk, kortom een schat aan ervaringen.

 

In de wedstrijd zag ik kans de derde plaats te veroveren.

 

Het jaar daarop was de ontmoeting dus in Rotterdam. Wat ik me daar nog van herinner is een artikel in één van de dagbladen waarin stond dat tijdens de waterpolowedstrijd één der supporters in zijn enthousiasme te water raakte. Die supporter was ik. Eerlijk gezegd had het weinig te maken met enthousiasme, maar veel meer met een weddenschap met mijn vrienden of ik dat wel of niet zou durven. Nooit vergeet ik de afschuw op het gezicht van één van mijn beoogde vriendinnetjes, die ik druipend van het chloorwater ging vragen of ze me die avond wilde vergezellen naar het Rotterdam-Antwerpen bal. Het antwoord laat zich raden, dat was een luid en duidelijk nee.

 

In 1958 dus in Rotterdam, vonden de atletiekwedstrijden plaats op Varkenoord. Ik kan me niet precies meer herinneren of ik daar gesprint of ver gesprongen heb, wellicht ook beide, wel weet ik nog dat ik won.

 

Een extra reden om met veel plezier aan de ontmoetingen Rotterdam-Antwerpen terug te denken, is dat ik daardoor kennismaakte met atletiek en uiteindelijk door een aantal mensen ben overgehaald lid te worden van de Rotterdamse atletiekvereniging DOS (Door Oefening Snel) die zijn domicilie had op de Nenijto-sintelbaan aan de Bentincklaan. Die vereniging is overigens inmiddels opgegaan in de fusieclub Rotterdam Atletiek.

Ik heb daar vele jaren met heel veel plezier atletiek bedreven, was enkele malen jeugdkampioen van Rotterdam op 100 meter en verspringen, was jeugdkampioen van Nederland op de 110 meter horden, verbeterde het Nederlandse jeugdrecord op diezelfde afstand. Later ben ik nog een poosje jeugdtrainer bij datzelfde DOS geweest en toen ik Rotterdam verliet, heb ik samen met andere enthousiasten nog atletiekverenigingen opgericht in Spijkenisse (bestaat nog altijd) en Zaltbommel (helaas ter ziele).

 

Dat alles dankzij de scholierenontmoetingen Rotterdam-Antwerpen die uiteindelijk dus een groot deel van mijn sportieve leven hebben beïnvloed.



Cock Rijerkerk

 

U bent bezoeker